Verboden fruit en Lente in de War
Leer van een Guerrilla Grafter hoe je de stad eetbaarder maakt door van sierbomen fruitbomen te maken. →
Leer van een Guerrilla Grafter hoe je de stad eetbaarder maakt door van sierbomen fruitbomen te maken. →
Geef toe aan de zaaikoorts en maak zelf een mini-broeikas waarmee je sneeuw en ijs trotseert.
Utrecht Kiemt jaagt stadslandbouw aan. →
Compost stinkt niet en andere opmerkelijke bevindingen. →
Kun je potgrond opnieuw gebruiken? →
Redding voor op de vensterbank. →
Zaaikoorts botgevierd op een koffieblik. →
Na een paar van die zachte winterweken, slaat het onverwachts toe: zaaikoorts. →
Als de grond niet te nat is, kun je aardperen de hele winter in de grond laten zitten. →
Het leuke aan planten is dat ze zichzelf vermeerderen zonder dat je daar iets voor hoeft te doen. →
De Groene Vinger is gefascineerd door aardpeer, een plant die zowel geliefd als gehaat wordt. →
Wormen eten geen sla. →
De zoete aardappel is geen aardappel. Het is niet eens familie van elkaar. →
Een artikel naar aanleiding van de twitterberichten over de ‘Jerusalem artichoke’
→
O
ok zonder het boekje Don’t throw it, grow it! kan je een eind komen, bewijst Groene Vinger Daan. Hier een paar van zijn successen:
De avocadopitten laat ik aan twee satéprikkers in een glas water hangen. De pit moet half onder water hangen met de punt naar boven. Na een behoorlijk lange tijd splijt de pit en komt er een wortel aan. Vervolgens begint ook de steel te groeien. Nu kan hij in de aarde, goed vochtig houden!
In het begin komen er twee bladeren aan en daarna boven deze twee, weer twee bladeren enz. Het is het beste om als de tweede set bladeren zich begint te vormen, deze af te knippen zodat de plant zich zal gaan vertakken. De plant is dol op →
Of het nu aan het warme weer ligt of aan mijn beperkte tuinkennis, ik weet het niet. Maar ik had deze week flink wat tegenslag in de tuin. Mijn doperwtenoogst bleef beperkt tot vijf erwtjes, ik heb nog geen aardbei gezien en de poes ligt graag op een bedje van rucola, met alle gevolgen van dien.
Gelukkig komt zaterdag mijn persoonlijke tuingoeroe, mijn tante met honderd groene vingers, op bezoek en dan zal ik wel horen wat ik verkeerd doe. Ben benieuwd.
Tot die tijd troost ik mij met het lezen van een ontzettend leuk boekje. Don’t throw it, grow it! heet het en het gaat over hoe je keukenafval kan omtoveren in nieuwe oogst of vrolijke kamerplanten. Kiwi’s, pinda’s, waterkastanjes, gember, amandelen, dadels… je kan het allemaal zelf opkweken op je vensterbank. Lees hier bijvoorbeeld hoe eenvoudig je zelf citroengras kan kweken.
Goede vriend Daan heeft er geen boek voor nodig. Hij heeft al succesvol pepers, paprika’s en citroenen gekweekt. De Groene Vinger volgt het experiment natuurlijk op de voet. Ondertussen ga ik zelf maar eens proberen een zoete aardappel te produceren.
In mijn tuin staat al een tijdje een plant te bloeien waarvan ik geen idee had wat het nou precies was. Dankzij @tuinspul op Twitter weet ik nu dat het smeerwortel is. Dat is een lelijke naam voor een plant die prachtig bloeit. De bloemen zijn eerst roze en verkleuren later naar blauw. De bijen zoemen er constant om heen. (Bestaat er ook smeerwortelhoning? Moet haast wel.) Hoe mooi ik de plant ook vind, hij is wel behoorlijk opdringerig en dus snoei ik er regelmatig lustig op los. Het blad verdween in de GFT-bak.
Zonde, weet ik nu. Want smeerwortel is bijzonder rijk aan kalium, waar je andere planten heel blij mee maakt. Maar hoe? Er zijn op internet verschillende methodes te vinden. Je kunt het smeerwortelgierblad op de bodem van een plantgat gooien en het vanzelf laten composteren.
Je kunt er ook smeerwortelgier van maken. Dat doe je door de bladeren onder water te zetten en het geheel te laten rotten. Volgens artikelen op internet moet je weken wachten tot je het heksepapje als gier kunt gebruiken maar bij mij was er na een paar dagen in de volle zon al een vieze, stinkende, bruine thee ontstaan. Aangemengd met water heb je dan een fantastische bemester voor bijvoorbeeld tomaten. Mijn tomaten staan er in de moestuin nogal sipjes bij, dus ik hoop dat de smeerwortelgier ze een beetje oppept.
Een klein nadeel van dit project: er komt een walgelijke stank uit de emmer en dat dus al na een paar dagen. Ik ben benieuwd wanneer de buren komen klagen.
Door werkzaamheden aan het riool had ik nog wat pvc-buizen over. Via deze website ontdekte ik dat zo’n pvc-buis ideale huisvesting is voor wormen. Het idee van een worm tube is dat je wormen de buis in lokt met groente- en fruitafval en dat de wormen jou belonen met hun vruchtbare poep.
Een wormenpijp is in een poep en zucht gemaakt. Je boort een paar gaten aan één kant van de pijp. Dat lukte mij zelfs nog met een schroefmachine.

Ik heb de gaten wel een beetje opgeschuurd want het moet voor de wormen wel comfortabel zijn om door de gaten te kruipen. Vervolgens heb ik de buis – met de gaten naar beneden – de grond in geboord, op een plek dichtbij mijn keuken.
Daarna werd het tijd om de wormen te gaan voeren. Hun eerste maaltijd bestond uit bloemen van de magnolia op een bedje van zevenblad.
De Groene Vinger verkocht zaadbommen op de vrijmarkt in Leiden.
Na het zien van de eerste aflevering van The Edible Garden (BBC2) weet ik wat me te doen staat deze zomer: peatini cocktails maken en drinken!
Voor peatini heb je jonge erwtenscheuten nodig. Daar heb je geen moestuin voor nodig want je kan het simpelweg opkweken in de vensterbank. Voor de erwten heb ik pak spotgoedkope groene erwten van Hak gebruikt (500 gram, €0,89). De eerste erwtjes kwamen al binnen een paar dagen op.
Over een tijdje hoop ik de jonge blaadjes te gaan oogsten. Je kan er een salade van maken maar mijn erwtenscheuten zullen verwerkt worden tot een zomerse cocktail.
Het recept:
50g jonge erwtenblaadjes
100 ml water
50 ml gin
20 ml suikersiroop
een halve citroen
De erwtenscheuten pureer je en daar maak je met het water een papje van. Deze puree gooi je samen met de suikerstroop en wat citroensap in de cocktail shaker.
Schudden en klaar!
Zie hier het instructiefilmpje.
Er zijn trouwens nog veel meer recepten met erwtenscheuten op internet te vinden.
Wel een jeukende groene vinger maar geen tuintje, sluit je dan aan bij de Guerrilla Gardeners. Deze tuinactivisten leggen tuinen aan op plekken waar het officieel niet mag. Bijvoorbeeld een stuk land wat al lang braak ligt en waar maar geen nieuwbouw op komt, of een boomsingel of bloembak die leeg is. Iedereen kan een Guerrilla Gardener worden.