Frambozen- Japanse duizendknoop crumble
If you can’t beat it, eat it! →
If you can’t beat it, eat it! →
Recept voor pompoen-stamptaart met geitenkaas en biet →
Oogst nu de laatste courgettes voor een heerlijk frisse soep. →
Groente in de stad. Als je goed kijkt staat het overal. →
Het wordt tijd om te gaan kijken wat de aardperen onder de grond uitgespookt hebben. →
Als ik in de herfst langs een tamme kastanjeboom loop, weet ik me nooit goed te beheersen. →
In maart hebben de guerrilla gardeners van het Groenlegioen in Amersfoort aardperen geplant. →
Vanmiddag was het zo warm in het bos dat de kastanjes zowat al gepoft uit de boom vielen. →
Liever tomaat dan taart. →
De deelnemers aan de Groene Vinger Aardpeerwedstrijd delen aardpeerlief en -leed. →
Wie zich geen raad weet met de enorme aardperenoogst, kan zijn knollen altijd nog aan de aardpeervarkens in Dalfsen doneren. →
De Groene Vinger is gefascineerd door aardpeer, een plant die zowel geliefd als gehaat wordt. →
De Groene Vinger heeft zich aangesloten bij het Groenlegioen.
Keukenafval krijgt tweede leven in Afrika. →
Afscheid nemen van de zomer deed pijn maar zolang ik tamme kastanjes kan vinden, hoor je mij niet klagen over de herfst. Nu is echt het moment om op kastanje-expeditie te gaan. Hoe romantisch het ook is om kastanjes in het bos te zoeken, in de bewoonde wereld vind je vaak betere kastanjes. Dat komt doordat de kastanjes in het bos vaak op een vochtige bodem vallen waar ze snel rotten. Als ze op zandgrond of op →
Of het nu aan het warme weer ligt of aan mijn beperkte tuinkennis, ik weet het niet. Maar ik had deze week flink wat tegenslag in de tuin. Mijn doperwtenoogst bleef beperkt tot vijf erwtjes, ik heb nog geen aardbei gezien en de poes ligt graag op een bedje van rucola, met alle gevolgen van dien.
Gelukkig komt zaterdag mijn persoonlijke tuingoeroe, mijn tante met honderd groene vingers, op bezoek en dan zal ik wel horen wat ik verkeerd doe. Ben benieuwd.
Tot die tijd troost ik mij met het lezen van een ontzettend leuk boekje. Don’t throw it, grow it! heet het en het gaat over hoe je keukenafval kan omtoveren in nieuwe oogst of vrolijke kamerplanten. Kiwi’s, pinda’s, waterkastanjes, gember, amandelen, dadels… je kan het allemaal zelf opkweken op je vensterbank. Lees hier bijvoorbeeld hoe eenvoudig je zelf citroengras kan kweken.
Goede vriend Daan heeft er geen boek voor nodig. Hij heeft al succesvol pepers, paprika’s en citroenen gekweekt. De Groene Vinger volgt het experiment natuurlijk op de voet. Ondertussen ga ik zelf maar eens proberen een zoete aardappel te produceren.
Mijn tuin wordt geteisterd door het onkruid zevenblad, het meest hardnekkige onkruid dat ik ken, met de prachtige bijnaam tuindersverdriet. Terwijl de rest van mijn tuin nog in winterslaap verkeert, steekt, tot mijn grote frustratie, Aegopodium podagraria al weer de kop op. Hoe je ervan afkomt? Je tuin tot twee meter diep afgraven maar zelfs dan is genezing van tuindersverdriet nog niet verzekerd.
Ik heb me erbij neergelegd, zevenblad is here to stay. Maar elk nadeel heb z’n voordeel en dus ook zevenblad. Je kan het namelijk eten. Het waren nota bene de Romeinen die hier zevenblad hebben geïntroduceerd om de soldaten van verse groenten te voorzien. En ik moet zeggen, dat is een briljant plan geweest. Want zevenblad hoef je geen water te geven, niet te bemesten en de slakken lusten het niet. Kortom, een zorgeloze Romeinse moestuin.
Ik heb het nog niet aangedurfd om mijn zevenblad te eten maar ik ben wel alvast begonnen met het zoeken naar recepten. Zevenblad schijnt qua smaak vergelijkbaar te zijn met spinazie en nog gezond te zijn ook. Ik verheug me nu al op zevenbladsoep, quiche en omelet. Laat zevenblad dit jaar maar weer weelderig woekeren. En voor wie geen zevenblad in de tuin heeft, dit onkruid is ook te kopen in het tuincentrum.
Ondertussen vraag ik me af welk onkruid ik nog meer onterecht heb uitgerukt. Is er nog meer eetbaar onkruid? Graag tips, want zo’n if-you-can’t-beat-it-eat-it-moestuin past wel bij deze luie Groene Vinger.